dinsdag 2 juni 2009

Missionarissen en kolonialisme


In 1537 bepaalde paus Paulus III dat de oorspronkelijke inwoners van het pas ontdekte Amerika niet als slaven behandeld mochten worden, ook al waren ze niet tot het christendom bekeerd. Om die bekering te bereiken, ging men de godsdiensten en gebruiken van deze volkeren bestuderen. Niet alleen van de Amerikanen, maar bijvoorbeeld ook van de Chinezen. Missionarissen leerden Chinees en kleedden zich zelfs als Chinezen, zoals die hier afgebeelde Jezuïet Matteo Ricci (1552-1610).

Dat de missionarissen tot de twintigste eeuw geheel in dienst stonden van de koloniserende machten, klopt dus niet. Maar het is wel zo dat de kerstening alleen succes had in gebieden waar de machthebbers ook christenen waren: daarom is Latijns-Amerika wel katholiek en China niet.

En inderdaad leidde die verstrengeling met de macht ertoe dat in de twintigste eeuw missionarissen een radicale keus maakten voor de bevolking en niet voor de machthebbers. Daardoor ontstond de indruk dat de Kerk tot dan toe alleen maar de belangen van de koloniale staten had gediend, maar dat is nooit het geval geweest.

Lit.
Edward Norman, De rooms-katholieke kerk. Een geïllustreerde geschiedenis (Tielt 2007) Isbn 978 90 209 7165 1
Nico van den Akker en Peter Nissen, Wegen en dwarswegen. Tweeduizend jaar christendom in hoofdlijnen (Amsterdam 1999) Isbn 90 5352 389 8