Nog voordat ik mijn laatste artikel over het boek ‘Bisdom langs de Maas’ over de geschiedenis van het bisdom Roermond heb kunnen schrijven, is het boek al uitverkocht, meldt het bisdom. Toch wil ik er nog een stukje aan wijden, want in mijn eerste blog over het boek vroeg ik mij af of het katholieke geloof inderdaad de belangrijkste factor is die de Limburgers door de eeuwen heen heeft verbonden, zoals de tekst op de achterflap van het boek stelt.
Ik geef toe: ik heb niet het hele boek gelezen, maar ik heb er wel een belangrijk argument in gevonden waarom er een bijzondere band is tussen het katholicisme en Limburg. De provincie zoals wij die nu kennen, is een product van het Congres van Wenen dat nadat Napoleon verslagen was, de kaart van Europa opnieuw tekende.
Er kwam een nieuw Koninkrijk der Nederlanden dat bestond uit de voormalige Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, de Oostenrijkse Nederlanden, het prinsbisdom Luik en nog wat territoriaal strooigoed aan de oostgrens van de nieuwe staat. Dat werd nu Limburg genoemd, hoewel deze gebieden nooit tot het oude hertogdom met die naam hebben behoord: dat lag grotendeels in de huidige provincie Luik. Venlo en Roermond waren net zo Limburgs als Arnhem en Zwolle nu; Maastricht was verdeeld tussen Brabant en Luik.
In 1830 viel het nieuwe koninkrijk alweer uit elkaar en het heeft nog jaren geduurd voordat Limburg definitief Nederlands werd. Het had ook Belgisch of Duits kunnen worden.
Juist in die tijd kreeg het huidige bisdom Roermond zijn vorm en begon de opbouw van de rooms-katholieke Kerk in Nederland. De eerste bisschoppen van het opnieuw opgerichte bisdom moesten eenheid zien te scheppen onder hun gelovigen. En passent droegen ze bij aan het scheppen van een Limburgse identiteit die misschien wel de sterkste regionale identiteit is binnen Nederland, vergelijkbaar hoogstens met die van Friesland. Maar dat was al eeuwen een eenheid. Ik betwijfel of de Flevolanders dit Limburgse kunststukje kunnen herhalen.
Posts tonen met het label geschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geschiedenis. Alle posts tonen
woensdag 13 januari 2010
vrijdag 18 december 2009
Het oude bisdom Roermond: gewoon of uitzonderlijk?
In de zestiende eeuw hielden niet alle priesters in het bisdom Roermond zich aan het celibaat. Dat dit geen nieuws is, betoogde ik al eerder. P.W.F.H. Hamans, die het deel over de periode van 1559 tot 1801 schreef van het boekwerk over de geschiedenis van het bisdom Roermond, constateert ook dat er rond 1559 van alles mis was in het nieuwe bisdom.
Maar van grootschalige schending van het celibaat was er volgens Hamans geen sprake. Volgens hem overdreef de eerste bisschop van Roermond, Wilhelmus Lindanus (1525-1588) toen hij zei dat van de tweehonderd pastoors er slechts zes het celibaat onderhielden. Dat was in 1570, toen hij nog geen twee jaar in Roermond was.
Hamans wijst erop dat er in die tijd nog geen honderd pastoors in het diocees werkzaam waren en dat Lindanus blijkbaar nog niet goed op de hoogte was. In zijn toespraak voor de diocesane synode die dat jaar plaatsvond, sprak hij andere taal. “De mildheid waarmee de bisschop hier sprak, getuigt niet van grootschalige misstanden inzake geloof en zeden bij de clerus", schrijft Hamans.
Daarmee zou Roermond een uitzondering zijn, want elders was het heel gewoon dat een priester een vrouw had. In het bisdom Luik werden er voortdurend boetes opgelegd aan priesters vanwege schending van het celibaat, maar dit werd beschouwd als een soort belasting en niet als een straf.
Misschien besefte Lindanus dat het niet mogelijk was om een mentaliteit die zo diep geworteld was meteen met wortel en tak uit te roeien. Dat begrip legde hij ook aan de dag als het ging om het bezoeken van feesten door priesters. Eigenlijk mocht dat niet, maar de bisschop had er begrip voor dat een pastoor nu eenmaal sociale verplichtingen heeft. Maar ze moesten het dan wel bij een kort bezoek laten en desnoods met een smoesje vertrekken als het te laat dreigde te worden.
Ook de opvolger van Lindanus hamerde op het onderhouden van het celibaat. Pas in 1615 kan de bisschop van Roermond in zijn ad-liminabrief schrijven dat alle priesters zich aan het celibaat hielden. Hamans schrijft: “Na het Concilie van Trente groeide inderdaad een geestelijke stand die zich meer dan in de Middeleeuwen ervan bewust was dat priesters zielzorgers waren die verantwoordelijkheid droegen voor het heil van de gelovigen. Daarbij behoorde een spiritualiteit waarin de schending van het celibaat niet paste.”
Dat was inderdaad een geleidelijk proces en in dat opzicht is het bisdom Roermond geen uitzondering.
R. de la Haye en P. Hamans (red.) Bisdom langs de Maas. Geschiedenis van de kerk in Limburg Maastricht: Uitgeverij TIC, 2009. ISBN/EAN 978-90-78407-57-7
Maar van grootschalige schending van het celibaat was er volgens Hamans geen sprake. Volgens hem overdreef de eerste bisschop van Roermond, Wilhelmus Lindanus (1525-1588) toen hij zei dat van de tweehonderd pastoors er slechts zes het celibaat onderhielden. Dat was in 1570, toen hij nog geen twee jaar in Roermond was.
Hamans wijst erop dat er in die tijd nog geen honderd pastoors in het diocees werkzaam waren en dat Lindanus blijkbaar nog niet goed op de hoogte was. In zijn toespraak voor de diocesane synode die dat jaar plaatsvond, sprak hij andere taal. “De mildheid waarmee de bisschop hier sprak, getuigt niet van grootschalige misstanden inzake geloof en zeden bij de clerus", schrijft Hamans.
Daarmee zou Roermond een uitzondering zijn, want elders was het heel gewoon dat een priester een vrouw had. In het bisdom Luik werden er voortdurend boetes opgelegd aan priesters vanwege schending van het celibaat, maar dit werd beschouwd als een soort belasting en niet als een straf.
Misschien besefte Lindanus dat het niet mogelijk was om een mentaliteit die zo diep geworteld was meteen met wortel en tak uit te roeien. Dat begrip legde hij ook aan de dag als het ging om het bezoeken van feesten door priesters. Eigenlijk mocht dat niet, maar de bisschop had er begrip voor dat een pastoor nu eenmaal sociale verplichtingen heeft. Maar ze moesten het dan wel bij een kort bezoek laten en desnoods met een smoesje vertrekken als het te laat dreigde te worden.
Ook de opvolger van Lindanus hamerde op het onderhouden van het celibaat. Pas in 1615 kan de bisschop van Roermond in zijn ad-liminabrief schrijven dat alle priesters zich aan het celibaat hielden. Hamans schrijft: “Na het Concilie van Trente groeide inderdaad een geestelijke stand die zich meer dan in de Middeleeuwen ervan bewust was dat priesters zielzorgers waren die verantwoordelijkheid droegen voor het heil van de gelovigen. Daarbij behoorde een spiritualiteit waarin de schending van het celibaat niet paste.”
Dat was inderdaad een geleidelijk proces en in dat opzicht is het bisdom Roermond geen uitzondering.
R. de la Haye en P. Hamans (red.) Bisdom langs de Maas. Geschiedenis van de kerk in Limburg Maastricht: Uitgeverij TIC, 2009. ISBN/EAN 978-90-78407-57-7
zondag 6 december 2009
Nee hè, niet weer het celibaat
‘Limburgse priesters lapten celibaat aan laars’, kopte het Brabants Dagblad naar aanleiding van het verschijnen van het boek ‘Bisdom langs de Maas’ over de geschiedenis van het bisdom Roermond. Dat priesters zich in de zestiende eeuw niet allemaal aan het celibaat hielden, is helemaal geen nieuws. Het zou zelfs bijzonder zijn geweest als de ‘Limburgse’ (om dit anachronisme toch maar even te gebruiken) priesters dat wel zouden hebben gedaan.
Dit ANP-bericht dat de redactie Geestelijk leven van het Brabants Dagblad heeft overgenomen zonder het boek zelf te lezen, doet onrecht aan dit werk dat ruim 700 pagina’s telt en dat de geschiedenis vertelt van het christendom in het huidige bisdom Roermond. De komende tijd zal ik proberen om het werk serieus onder de loep te nemen.
“Het katholieke geloof is de belangrijkste factor die de Limburgers door de eeuwen heen heeft verbonden.” Lees ik op de achterflap. Maar dat geloof verbindt eigenlijk een groot deel van de Europeanen met elkaar. Limburg is toch eigenlijk een negentiende-eeuwse constructie, in het leven geroepen door het Congres van Wenen en de Belgische afscheiding? Binnenkort meer over dit boek. Gun me even de tijd: ik zal het namelijk wel gaan lezen.
R. de la Haye en P. Hamans (red.) Bisdom langs de Maas. Geschiedenis van de kerk in Limburg Maastricht: Uitgeverij TIC, 2009. ISBN/EAN 978-90-78407-57-7.
Dit ANP-bericht dat de redactie Geestelijk leven van het Brabants Dagblad heeft overgenomen zonder het boek zelf te lezen, doet onrecht aan dit werk dat ruim 700 pagina’s telt en dat de geschiedenis vertelt van het christendom in het huidige bisdom Roermond. De komende tijd zal ik proberen om het werk serieus onder de loep te nemen.
“Het katholieke geloof is de belangrijkste factor die de Limburgers door de eeuwen heen heeft verbonden.” Lees ik op de achterflap. Maar dat geloof verbindt eigenlijk een groot deel van de Europeanen met elkaar. Limburg is toch eigenlijk een negentiende-eeuwse constructie, in het leven geroepen door het Congres van Wenen en de Belgische afscheiding? Binnenkort meer over dit boek. Gun me even de tijd: ik zal het namelijk wel gaan lezen.
R. de la Haye en P. Hamans (red.) Bisdom langs de Maas. Geschiedenis van de kerk in Limburg Maastricht: Uitgeverij TIC, 2009. ISBN/EAN 978-90-78407-57-7.
donderdag 2 april 2009
Hoe katholiek waren onze (voor)ouders?
Vandaag het geleerde tijdschrift Bijdragen en mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden ontvangen. Het nieuwe nummer bevat een discussie tussen de historici Piet de Rooy, hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en Paul Luykx. Het is een vrij hoog oplopende discussie waarin opvallend veel bijbelcitaten worden gebruikt.
Waar gaat het onder meer om: Luykx publiceerde in 2000 het boek Andere katholieken, waarin hij aantoonde dat het katholieke volksdeel tijdens het Rijke Roomse Leven geen kudde schapen was die collectief achter hun leiders aanliepen. Er waren wel degelijk tegendraadse geluiden te horen.
De Rooy legt meer de nadruk op de homogeniteit van het katholieke volksdeel en stelt dat het in de schijnwerpers zetten van deze ‘andere’ katholieken het zicht ontneemt op de ongelofelijke volgzaamheid van de Nederlandse katholieken.
Luykx vind ik het meest overtuigend. Steeds meer onderzoeken tonen aan dat de katholieken niet zo volgzaam waren als het leek. Al was het alleen maar omdat hun kindertal lager was dan mocht worden verwacht als ze inderdaad de moraal van de kerk op het gebied van de geboortebeperking volgden. En het verklaart ook waarom de zuil na 1960 zo snel instortte, of beter gezegd, leegliep. Het was geen betonnen constructie, maar een luchtballon.
Waar gaat het onder meer om: Luykx publiceerde in 2000 het boek Andere katholieken, waarin hij aantoonde dat het katholieke volksdeel tijdens het Rijke Roomse Leven geen kudde schapen was die collectief achter hun leiders aanliepen. Er waren wel degelijk tegendraadse geluiden te horen.
De Rooy legt meer de nadruk op de homogeniteit van het katholieke volksdeel en stelt dat het in de schijnwerpers zetten van deze ‘andere’ katholieken het zicht ontneemt op de ongelofelijke volgzaamheid van de Nederlandse katholieken.
Luykx vind ik het meest overtuigend. Steeds meer onderzoeken tonen aan dat de katholieken niet zo volgzaam waren als het leek. Al was het alleen maar omdat hun kindertal lager was dan mocht worden verwacht als ze inderdaad de moraal van de kerk op het gebied van de geboortebeperking volgden. En het verklaart ook waarom de zuil na 1960 zo snel instortte, of beter gezegd, leegliep. Het was geen betonnen constructie, maar een luchtballon.
Abonneren op:
Posts (Atom)