Posts tonen met het label Tweede Vaticaans Concilie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tweede Vaticaans Concilie. Alle posts tonen

dinsdag 22 juni 2010

Een los eindje van het concilie van Trente

In hoeverre kan de mens zijn eigen heil bewerkstelligen? Kan hij door het doen van goede werken in de hemel komen of is hij daarvoor afhankelijk van God? Dat de calvinisten met hun predestinatieleer de mens helemaal afhankelijk maakten van God, weten we. Maar ook binnen de rooms-katholieke Kerk waren er theologen die ideeën verkondigden die sterk leken op die van Calvijn.

Het Concilie van Trente heeft zich over de kwestie gebogen en kwam er eigenlijk niet goed uit. Daarom probeerde de Leuvense theoloog Cornelius Jansenius (1585-1638) een eind aan de discussie te maken door de werken van Augustinus te raadplegen. Maar de publicatie van zijn werk zorgde ervoor dat de discussie uit de hand liep.

Zijn tegenstanders slaagden erin om hem in diskrediet te brengen zodat de paus het boek van Jansenius verbood. Zelf kon hij zich niet meer verweren omdat hij inmiddels aan de pest bezweken was. De term ‘jansenist’ werd een manier om je tegenstanders het zwijgen op te leggen. Ongeveer op de manier waarop je tegenwoordig iemand ‘fascist’ kunt noemen. Je maakt daarmee duidelijk dat iemand niet deugt en verdere discussie daarover is uitgesloten.

Aan de kwestie hebben we zelfs nog een kerkscheuring overgehouden. Het ontstaan in 1723 van de oud-katholieke kerk is mede veroorzaakt door de discussie over het jansenisme.

De term ‘jansenisme’ werd al snel een soort containerbegrip waarin je van alles kwijt kon en waarin Jansenius zich niet herkend zou hebben. Toch zijn er enkele typische kenmerken die tot op de dag van vandaag zijn blijven bestaan. Bijvoorbeeld de nadruk op de autonomie van de lokale kerk. Die kwestie zou een van de losse eindjes van het Tweede Vaticaans Concilie worden.

maandag 15 maart 2010

Tweede Vaticaans Concilie: een mijlpaal

Als we de invloed van het Tweede Vaticaans Concilie op de huidige Kerk zouden wegnemen, dan zou er een onherkenbare Kerk overblijven. Onherkenbaar voor zowel progressieven die klagen dat de hervormingen van dit concilie zouden zijn teruggedraaid als voor conservatieven die klagen dat ditzelfde concilie zo veel dingen heeft afgeschaft die waardevol waren.

De mogelijkheid om de liturgie ook in de volkstaal te vieren, de verbetering van de verhouding met de joden zijn slechts twee voorbeelden van van de opmerkelijke veranderingen die het concilie heeft gebracht. Minder opvallend, maar zeker zo belangrijk was de hervorming van ordes en congregaties.

Het besef dat er iets goed mis was in de manier waarop het religieuze leven werd vormgegeven was al in de jaren 1950 aanleiding tot onderzoeken en maatregelen. Dat hiermee niet meteen een einde kwam aan machtsmisbruik in bijvoorbeeld internaten beseffen we op dit moment maar al te goed.

Daarmee is niet gezegd dat het Tweede Vaticaans Concilie een mislukking zou zijn. Ook niet omdat de mogelijkheden om de Tridentijnse liturgie weer te vieren zijn verruimd en evenmin omdat de verhouding met de joden nog steeds problematisch is.

Concilies werken als katalysator waarbij processen die al langer binnen de Kerk op gang zijn gekomen worden versterkt en onder de aandacht worden gebracht. Uitspraken van concilies zijn niet altijd eenduidig, de praktische uitwerking staat zelden vast. Dat is altijd zo geweest.

Het Concilie van Trente heeft zich bijvoorbeeld niet duidelijk uitgelaten over de vraag in hoeverre de mens zelf zijn heil kon bewerkstelligen. De discussie hierover heeft tot ver in de achttiende eeuw gewoed en de laster en intriges waarmee dit gepaard ging, behoren niet tot de fraaiste hoofdstukken uit de kerkgeschiedenis.

In dat licht is het veel te vroeg om het Tweede Vaticaans Concilie af te schrijven. Sterker nog: voorlopig beschouw ik het als een mijlpaal in de kerkgeschiedenis.