Posts tonen met het label Religieuzen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Religieuzen. Alle posts tonen

maandag 15 maart 2010

Tweede Vaticaans Concilie: een mijlpaal

Als we de invloed van het Tweede Vaticaans Concilie op de huidige Kerk zouden wegnemen, dan zou er een onherkenbare Kerk overblijven. Onherkenbaar voor zowel progressieven die klagen dat de hervormingen van dit concilie zouden zijn teruggedraaid als voor conservatieven die klagen dat ditzelfde concilie zo veel dingen heeft afgeschaft die waardevol waren.

De mogelijkheid om de liturgie ook in de volkstaal te vieren, de verbetering van de verhouding met de joden zijn slechts twee voorbeelden van van de opmerkelijke veranderingen die het concilie heeft gebracht. Minder opvallend, maar zeker zo belangrijk was de hervorming van ordes en congregaties.

Het besef dat er iets goed mis was in de manier waarop het religieuze leven werd vormgegeven was al in de jaren 1950 aanleiding tot onderzoeken en maatregelen. Dat hiermee niet meteen een einde kwam aan machtsmisbruik in bijvoorbeeld internaten beseffen we op dit moment maar al te goed.

Daarmee is niet gezegd dat het Tweede Vaticaans Concilie een mislukking zou zijn. Ook niet omdat de mogelijkheden om de Tridentijnse liturgie weer te vieren zijn verruimd en evenmin omdat de verhouding met de joden nog steeds problematisch is.

Concilies werken als katalysator waarbij processen die al langer binnen de Kerk op gang zijn gekomen worden versterkt en onder de aandacht worden gebracht. Uitspraken van concilies zijn niet altijd eenduidig, de praktische uitwerking staat zelden vast. Dat is altijd zo geweest.

Het Concilie van Trente heeft zich bijvoorbeeld niet duidelijk uitgelaten over de vraag in hoeverre de mens zelf zijn heil kon bewerkstelligen. De discussie hierover heeft tot ver in de achttiende eeuw gewoed en de laster en intriges waarmee dit gepaard ging, behoren niet tot de fraaiste hoofdstukken uit de kerkgeschiedenis.

In dat licht is het veel te vroeg om het Tweede Vaticaans Concilie af te schrijven. Sterker nog: voorlopig beschouw ik het als een mijlpaal in de kerkgeschiedenis.

zaterdag 30 januari 2010

Ora of labora?

Dit jaar is het elfhonderd jaar geleden dat de abdij van Cluny werd gesticht. Hier werd de regel van de H. Benedictus strikt nageleefd, met de nadruk op het bidden. Dat droeg bij aan de rijkdom van het klooster doordat steeds meer mensen er missen lieten opdragen voor overledenen.

De rijkdom van het klooster en van de liturgie die er werd gevierd, leidde tot een reactie: in 1098 werd de cisterciënzer orde opgericht. Die legde meer de nadruk op het labora. De cisterciënzers hebben bijvoorbeeld in de Nederlanden grote gebieden ontgonnen en leverden een belangrijke bijdrage aan technische vernieuwingen.

Het zoeken van evenwicht tussen ora en labora is dus niets nieuws. In de achttiende eeuw werden vele contemplatieve kloosters gesloten omdat de overheid ze nutteloos vond. Een mening die ook binnen de Kerk werd gedeeld, want de negentiende eeuw zou de tijd worden van de actieve congregaties die de basis legden voor de gezondheidszorg en het onderwijs zoals we dat tegenwoordig kennen.

Maar ook deze congregaties moesten een evenwicht zien te vinden tussen bidden en werken. In de loop van de twintigste eeuw werden hun taken zo zwaar dat het gebedsleven erbij inschoot. De spiritualiteit van de congregaties werd steeds oppervlakkiger en de herbronning van deze spiritualiteit was een belangrijk onderdeel van de hervormingen die ze in de jaren 1960 ondergingen.

Zo bezien is het probleem dat zich voordoet bij de zusters van St. Jan helemaal niet zo bijzonder. Ook zij staan nu blijkbaar voor de vraag wat het evenwicht moet zijn tussen actie en contemplatie. De geschiedenis leert dat een definitief antwoord nooit te geven is.

vrijdag 4 september 2009

De ontvluchte non

Archiefonderzoeker Eric Hennekam heeft het boek ‘De ontvluchte non’ op internet gepubliceerd. Het boek kwam uit in 1923 en werd verboden wegens haatzaaien. Binnenkort zet hij de tweede, herziene, uitgave op het net. Vooral die tweede uitgave lijkt me interessant want die is kennelijk niet verboden en bevat dus waarschijnlijk informatie die niet als laster kan worden afgedaan.

Het is mooi dat Hennekam dit boek heeft opgespoord, want er zijn maar weinig ex-kloosterlingen die het hebben aangedurfd om wantoestanden in kloosters naar buiten te brengen. U ziet dat ik schrijf ‘in kloosters’. De Vpro maakt er op /geschiedenis meteen ‘in de kloosters’. Als ze in Amsterdam dossiers over de Noord-Zuidlijn kwijtraken, dan zou ik niet meteen spreken van wantoestanden in het archiefwezen.

Hennekam noemt ook nog een andere publicatie met soortgelijke inhoud uit het eind van de negentiende eeuw. Ook dat boek is moeilijk te vinden, dus hier een tip over een vergelijkbaar boek waarvan de vijfde druk nog steeds gewoon in de winkel ligt. Het gaat om ‘Door de nauwe poort’ (‘Through the narrow gate’) van Karen Armstong (uitg. De Bezige Bij Isbn 9789023427476).

Verder is er veel archiefmateriaal te vinden waarin de oorzaken van dit soort wantoestanden worden beschreven. Vooral na de Tweede Wereldoorlog gaan religieuzen zelf dit soort toestanden melden aan oversten en bisschoppen. Dit leidde ertoe dat de paus in de jaren vijftig opdracht gaf tot een grootschalige reorganisatie van het kloosterleven.

Waarom is over de aanpak van die wantoestanden zo weinig bekend? Daar zijn diverse oorzaken voor. Een daarvan is dat kloosters heel terughoudend zijn met het openstellen van hun archieven. Je weet maar nooit of je te maken hebt met een onderzoeker die slechts uit is op smeuïge verhalen of die slechts naar bewijzen zoekt die zijn afkeer van religie ondersteunen. Voor je het weet, ben je opgehangen met het touw dat je zelf geleverd hebt.