“De uitvoering begint om 10.30 uur, de toegang is gratis”, lees ik in een advertentie in het Katholiek Nieuwsblad. Een concert op de zondagmorgen? Wacht even, boven de advertentie staat: “Liturgie met koor, orkest en solisten in Antwerpen”. En op de webstek van de parochie wordt vermeld dat pastoor Scheelen voorgaat. Dus toch een eucharistieviering.
Nou ben ik de laatste om bezwaar te maken tegen muziek tijdens een mis, al is de mis van Charles Gounod die op 15 augustus in de Antwerpse Pauluskerk zal klinken niet direct mijn kopje thee. Maar het is goed dat ook deze negentiende-eeuwse missen ergens blijven functioneren.
Maar, beste Sint-Paulusparochie, zou u dit gebeuren de volgende keer willen aankondigen als een eucharistieviering? Nog een tip: maak er een viering van volgens de Tridentijnse ritus. Deze muziek is ervoor gemaakt. Misschien dat ik dan de volgende keer ook naar Antwerpen kom.
Posts tonen met het label Kerkmuziek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kerkmuziek. Alle posts tonen
zaterdag 14 augustus 2010
vrijdag 19 maart 2010
Oosterhuis mag
Eindelijk weer eens een ouderwets relletje binnen de rooms-katholieke Kerk in Nederland. Het gaat om een zaak waar buitenstaanders zich niet druk over maken. Hoogstens trekt het feit de aandacht dat het onder meer de vader van Trijntje Oosterhuis betreft.
Ik heb het dus over het ‘verbod’ van een aantal van zijn teksten. Dat zat er al langer aan te komen, maar nu mogen een aantal gedichten van hem en van andere Nederlandstalige dichters niet meer afgedrukt worden in de misboekjes die de uitgeverij van de abdij van Berne in Heeswijk-Dinther uitgeeft. Verboden is er dus volgens mij niets.
Dat de media er gemakshalve van uitgaan dat er wel iets verboden wordt, is nog te begrijpen. Anders is het geen nieuws en kun je je taak niet uitvoeren die eruit bestaat de vooroordelen van je lezers, kijkers en luisteraars over de Kerk als een achterlijke instelling te bevestigen. Maar dat pastores desgevraagd meehuilen met deze wolven in het bos vind ik jammer.
In onze parochie gebruiken we de misboekjes van uitgeverij Gooi en Sticht. Die zijn al jaren aangepast aan de bisschoppelijke richtlijnen en nooit heeft iemand daar bezwaar tegen gemaakt. Zelf had ik het niet meteen gemerkt, al was het me wel opgevallen dat teksten die me vroeger als een graat in mijn keel bleven steken (‘zingt als rivieren mee voor God, hij leve lang’) niet meer in de boekjes voorkwamen.
Daar komt bij dat bij ons de traditionele koorzang altijd in ere is gebleven. Als je bent opgegroeid met muziek van Palestrina en Andriessen dan realiseer je je dat wat er in Nederland sinds 1960 is geproduceerd slechts een heel klein stukje van de muzikale traditie van de Kerk is. Veel van degenen die nu jammeren over het vermeende verdonkeremanen van de teksten van Huub Oosterhuis hebben jarenlang gewerkt aan het vernietigen van alles wat op Latijnse teksten was gecomponeerd, tot en met het gregoriaans. Zij beseffen blijkbaar niet dat wat hen nu overkomt niet te vergelijken is met het lot van talloze koorzangers die hebben moeten zien hoe hun koor botweg werd opgeheven of hoe zonder enige vorm van overleg alle niet-Nederlandse teksten werden geschrapt. Over censuur gesproken.
Niet dat ik nu tevreden toekijk hoe deze nieuwlichters een koekje van eigen deeg krijgen. Van mij mogen ze water voor de zee blijven, hier zijn en overkant. Laat duizend bloemen bloeien, desnoods in de steppe.
Ik heb het dus over het ‘verbod’ van een aantal van zijn teksten. Dat zat er al langer aan te komen, maar nu mogen een aantal gedichten van hem en van andere Nederlandstalige dichters niet meer afgedrukt worden in de misboekjes die de uitgeverij van de abdij van Berne in Heeswijk-Dinther uitgeeft. Verboden is er dus volgens mij niets.
Dat de media er gemakshalve van uitgaan dat er wel iets verboden wordt, is nog te begrijpen. Anders is het geen nieuws en kun je je taak niet uitvoeren die eruit bestaat de vooroordelen van je lezers, kijkers en luisteraars over de Kerk als een achterlijke instelling te bevestigen. Maar dat pastores desgevraagd meehuilen met deze wolven in het bos vind ik jammer.
In onze parochie gebruiken we de misboekjes van uitgeverij Gooi en Sticht. Die zijn al jaren aangepast aan de bisschoppelijke richtlijnen en nooit heeft iemand daar bezwaar tegen gemaakt. Zelf had ik het niet meteen gemerkt, al was het me wel opgevallen dat teksten die me vroeger als een graat in mijn keel bleven steken (‘zingt als rivieren mee voor God, hij leve lang’) niet meer in de boekjes voorkwamen.
Daar komt bij dat bij ons de traditionele koorzang altijd in ere is gebleven. Als je bent opgegroeid met muziek van Palestrina en Andriessen dan realiseer je je dat wat er in Nederland sinds 1960 is geproduceerd slechts een heel klein stukje van de muzikale traditie van de Kerk is. Veel van degenen die nu jammeren over het vermeende verdonkeremanen van de teksten van Huub Oosterhuis hebben jarenlang gewerkt aan het vernietigen van alles wat op Latijnse teksten was gecomponeerd, tot en met het gregoriaans. Zij beseffen blijkbaar niet dat wat hen nu overkomt niet te vergelijken is met het lot van talloze koorzangers die hebben moeten zien hoe hun koor botweg werd opgeheven of hoe zonder enige vorm van overleg alle niet-Nederlandse teksten werden geschrapt. Over censuur gesproken.
Niet dat ik nu tevreden toekijk hoe deze nieuwlichters een koekje van eigen deeg krijgen. Van mij mogen ze water voor de zee blijven, hier zijn en overkant. Laat duizend bloemen bloeien, desnoods in de steppe.
maandag 25 mei 2009
Louis Toebosch overleden
Vrijdag 22 mei is de componist Louis Toebosch overleden. Zijn dochter maakte dat zondag via het ANP bekend. Toebosch was 93 jaar.
Louis Toebosch was niet alleen componist, maar ook organist en dirigent. Van 1940 tot 1964 was hij dirigent/organist van de Sacramentskerk in Breda. Hij legde daar de basis voor de huidige kerkmuzikale cultuur in deze kerk.
Bij zijn aantreden trof hij er een goed koor aan: het Sacramentskoor dat al landelijk bekend was. Toebosch zette het klassieke romantische repertoire overboord en koos consequenter dan zijn voorganger voor de klassieke polyfonie van componisten als Palestrina. Daarnaast introduceerde hij het werk van eigentijdse Nederlandse componisten als Hendrik Andriessen.
Aanvankelijk stuitte dit op verzet bij zijn koorleden en bij de parochianen. Tegenwoordig is de keuze voor deze muziek echter onomstreden: deze vormt nog steeds het hart van het repertoire van het Sacramentskoor, dat net als in de tijd van Toebosch de traditionele samenstelling van jongens en mannen heeft gehandhaafd.
Tot zijn oeuvre behoren enkele missen en bewerkingen van traditionele Nederlandse kerstliederen. Typerend is het arrangement dat hij schreef voor ‘Stille nacht’. Aanvankelijk weigerde hij deze in zijn ogen waardeloze muziek uit te voeren, maar onder zware druk ging hij toch akkoord. Hij maakte er een geraffineerde compositie van, maar stopte er zo veel dissonanten in dat het bij één uitvoering bleef.
Toebosch trof in 1940 in de Sacramentskerk ook een Hammond-orgel aan. Daar was hij veel minder over te spreken dan over het koor van de kerk. Op zijn initiatief werd in 1958 een orgel in gebruik genomen, gebouwd door de firma Flentrop. Na het orgel van de Grote Kerk is dit het grootste orgel in Breda en het geniet onder kenners net als het koor landelijke faam.
Aan de carrière van Toebosch als koordirigent en kerkorganist kwam in 1964 een einde. Hij kon zich niet verenigen met de gevolgen die de vernieuwing van de liturgie voor de kerkmuziek had. In de muziek van Bernard Huijbers en de teksten van Huub Oosterhuis zag hij niets. Hij weigerde dan ook ‘die liedjes van die uitgetreden paters’ uit te voeren en een plaats in te ruimen voor de volkszang.
Toebosch was geen conservatieve katholiek, maar op de eerste plaats een musicus. De nieuwe ontwikkelingen hadden hem niets meer te bieden en zo raakte hij vervreemd van de kerk. Hij had niets meer met dit instituut, verklaarde hij in een interview met het Brabants Dagblad in 2006.
Zijn opvolger Walther Cantrijn slaagde er wel een een synthese te vinden tussen de nieuwe liturgie en de oude kerkmuziek, onder het motto ‘onderzoek alles en behoud het goede’. Zo is het goede dat Louis Toebosch aan de kerkmuziek heeft bijgedragen bewaard gebleven.
Zie ook het Brabants Dagblad
Louis Toebosch was niet alleen componist, maar ook organist en dirigent. Van 1940 tot 1964 was hij dirigent/organist van de Sacramentskerk in Breda. Hij legde daar de basis voor de huidige kerkmuzikale cultuur in deze kerk.
Bij zijn aantreden trof hij er een goed koor aan: het Sacramentskoor dat al landelijk bekend was. Toebosch zette het klassieke romantische repertoire overboord en koos consequenter dan zijn voorganger voor de klassieke polyfonie van componisten als Palestrina. Daarnaast introduceerde hij het werk van eigentijdse Nederlandse componisten als Hendrik Andriessen.
Aanvankelijk stuitte dit op verzet bij zijn koorleden en bij de parochianen. Tegenwoordig is de keuze voor deze muziek echter onomstreden: deze vormt nog steeds het hart van het repertoire van het Sacramentskoor, dat net als in de tijd van Toebosch de traditionele samenstelling van jongens en mannen heeft gehandhaafd.
Tot zijn oeuvre behoren enkele missen en bewerkingen van traditionele Nederlandse kerstliederen. Typerend is het arrangement dat hij schreef voor ‘Stille nacht’. Aanvankelijk weigerde hij deze in zijn ogen waardeloze muziek uit te voeren, maar onder zware druk ging hij toch akkoord. Hij maakte er een geraffineerde compositie van, maar stopte er zo veel dissonanten in dat het bij één uitvoering bleef.
Toebosch trof in 1940 in de Sacramentskerk ook een Hammond-orgel aan. Daar was hij veel minder over te spreken dan over het koor van de kerk. Op zijn initiatief werd in 1958 een orgel in gebruik genomen, gebouwd door de firma Flentrop. Na het orgel van de Grote Kerk is dit het grootste orgel in Breda en het geniet onder kenners net als het koor landelijke faam.
Aan de carrière van Toebosch als koordirigent en kerkorganist kwam in 1964 een einde. Hij kon zich niet verenigen met de gevolgen die de vernieuwing van de liturgie voor de kerkmuziek had. In de muziek van Bernard Huijbers en de teksten van Huub Oosterhuis zag hij niets. Hij weigerde dan ook ‘die liedjes van die uitgetreden paters’ uit te voeren en een plaats in te ruimen voor de volkszang.
Toebosch was geen conservatieve katholiek, maar op de eerste plaats een musicus. De nieuwe ontwikkelingen hadden hem niets meer te bieden en zo raakte hij vervreemd van de kerk. Hij had niets meer met dit instituut, verklaarde hij in een interview met het Brabants Dagblad in 2006.
Zijn opvolger Walther Cantrijn slaagde er wel een een synthese te vinden tussen de nieuwe liturgie en de oude kerkmuziek, onder het motto ‘onderzoek alles en behoud het goede’. Zo is het goede dat Louis Toebosch aan de kerkmuziek heeft bijgedragen bewaard gebleven.
Zie ook het Brabants Dagblad
vrijdag 20 maart 2009
Nee, een engel!
Vandaag was ik in Mechelen. Daar is binnenkort in het kader van het stadsfestival Stadsvisioenen de Engelenzender van Monique Toebosch weer te horen.
De kunstenares had eind vorige eeuw radiozenders laten plaatsen langs de dijk van Enkhuizen naar Lelystad die engelenmuziek uitzonden. Nu gaat dat de komende maanden in Mechelen gebeuren. De frequenties staan op borden in de stad aangegeven.
Monique Toebosch was geïnspireerd door de zang van de jongens van het kerkkoor dat haar vader, Louis Toebosch, jarenlang leidde. Laat ik nu lid zijn geweest van ditzelfde jongenskoor. Vandaag in Mechelen werd ik er weer aan herinnerd. Precies op tijd!
De kunstenares had eind vorige eeuw radiozenders laten plaatsen langs de dijk van Enkhuizen naar Lelystad die engelenmuziek uitzonden. Nu gaat dat de komende maanden in Mechelen gebeuren. De frequenties staan op borden in de stad aangegeven.
Monique Toebosch was geïnspireerd door de zang van de jongens van het kerkkoor dat haar vader, Louis Toebosch, jarenlang leidde. Laat ik nu lid zijn geweest van ditzelfde jongenskoor. Vandaag in Mechelen werd ik er weer aan herinnerd. Precies op tijd!
donderdag 19 maart 2009
Ben ik een terrorist?
Volgens Laetitia van der Lans van projectorganisatie De Zalige Zalm moet er een einde komen aan ‘De terreur van de koren’. Ze zei dit tijdens een bijeenkomst over ‘De gastvrije parochie’, die op 11 maart in Utrecht werd gehouden.
Verslagen zijn te lezen op rorate.com en in het Friesch dagblad.
Zo gastvrij is die parochie dus ook weer niet. Mevrouw Van der Lans wil ‘toegankelijke liederen die ik mee kan zingen’, tijdens de dienst een kindernevendienst en na de dienst koffie, maar geen koor.
Zo‘n koor kan inderdaad heel wat aanrichten. Zelf ben ik er als kind slachtoffer van geworden. Op zevenjarige leeftijd werd ik getroffen door een koor dat de Missa diatonica van Hendrik Andriessen zong. De teksten waren voorzien van Latijn, dat nog eens extra diep doordringt in de ziel.
Meer dan veertig jaar later kamp ik nog steeds met de gevolgen. Ik zing bij diverse koren voornamelijk religieuze muziek. Bij ons in de kerk zit het elke zondag vol met mensen die kwaliteit in de liturgie kunnen waarderen en blij zijn dat ze niet hoeven meezingen dat ze zout en zuur en nog wat zijn.
Een kindernevendienst is er niet: de kinderen zingen mee in het koor. Na de dienst is er wel koffie, maar ik heb niet het idee dat dit het aantal kerkgangers belangrijk doet stijgen.
Het is goed om kennis te nemen van succesvolle methodes om parochies nieuw leven in te blazen. Maar als je die wil toepassen zonder te letten op de sterke punten van je eigen parochie, dan vraag je om moeilijkheden.
Heb je een parochie met een koor dat goed functioneert in de liturgie - ja, ik weet dat er veel koren zijn die de kerk als een concertpodium zien en pastores tot wanhoop drijven - dan moet je dat koesteren. Zie bijvoorbeeld het voorbeeld Zevenbergen.
Als het koor niet functioneert, heeft dat vaak ook te maken met gebrek aan liturgische kennis bij de dirigent en vooral aan gebrek aan kerkmuzikale kennis bij de pastores. Om het koor dan maar tot terroristische organisatie te verklaren, is geen oplossing. Het is weer een voorbeeld van hoe men probeert de steppe te laten bloeien door haar eerst af te branden.
Aanstaande vrijdag ga ik naar de visboer om een mooi stukje zalm te kopen en vervolgens op de grill te leggen. Zalig!
Verslagen zijn te lezen op rorate.com en in het Friesch dagblad.
Zo gastvrij is die parochie dus ook weer niet. Mevrouw Van der Lans wil ‘toegankelijke liederen die ik mee kan zingen’, tijdens de dienst een kindernevendienst en na de dienst koffie, maar geen koor.
Zo‘n koor kan inderdaad heel wat aanrichten. Zelf ben ik er als kind slachtoffer van geworden. Op zevenjarige leeftijd werd ik getroffen door een koor dat de Missa diatonica van Hendrik Andriessen zong. De teksten waren voorzien van Latijn, dat nog eens extra diep doordringt in de ziel.
Meer dan veertig jaar later kamp ik nog steeds met de gevolgen. Ik zing bij diverse koren voornamelijk religieuze muziek. Bij ons in de kerk zit het elke zondag vol met mensen die kwaliteit in de liturgie kunnen waarderen en blij zijn dat ze niet hoeven meezingen dat ze zout en zuur en nog wat zijn.
Een kindernevendienst is er niet: de kinderen zingen mee in het koor. Na de dienst is er wel koffie, maar ik heb niet het idee dat dit het aantal kerkgangers belangrijk doet stijgen.
Het is goed om kennis te nemen van succesvolle methodes om parochies nieuw leven in te blazen. Maar als je die wil toepassen zonder te letten op de sterke punten van je eigen parochie, dan vraag je om moeilijkheden.
Heb je een parochie met een koor dat goed functioneert in de liturgie - ja, ik weet dat er veel koren zijn die de kerk als een concertpodium zien en pastores tot wanhoop drijven - dan moet je dat koesteren. Zie bijvoorbeeld het voorbeeld Zevenbergen.
Als het koor niet functioneert, heeft dat vaak ook te maken met gebrek aan liturgische kennis bij de dirigent en vooral aan gebrek aan kerkmuzikale kennis bij de pastores. Om het koor dan maar tot terroristische organisatie te verklaren, is geen oplossing. Het is weer een voorbeeld van hoe men probeert de steppe te laten bloeien door haar eerst af te branden.
Aanstaande vrijdag ga ik naar de visboer om een mooi stukje zalm te kopen en vervolgens op de grill te leggen. Zalig!
Abonneren op:
Posts (Atom)